Historie

Onze plaatselijke overheid – de heerlijkheid – ontstond in 1269. De Brabantse hertog Jan I gaf namelijk op 4 mei 1269 de heerlijkheid Loon op Zand in leen aan Willem van Horn en Altena. Deze exacte datum is bekend van het oorspronkelijk perkament dat bewaard wordt in het Regionaal Archief Tilburg.

Loon op Zand is één van de eerste heerlijkheden die in Noord-Brabant werden uitgegeven met hoge jurisdictie (rechtsmacht). De hertog gaf daarbij de bevoegdheid om niet alleen belastingen te innen, maar vooral ook om recht te spreken. De leenman, Willem van Horn mocht hals misdrijven berechten en de doodstraf opleggen en ten uitvoer brengen.
Door de eeuwen heen drukken de adellijke families van Horn, van Haastrecht, van Grevenbroek, van Immerseel, van Salm-Salm en Verheijen een stevig stempel op de heerlijkheid en ver daarbuiten. Met uitzondering van Verheijen vond de overdracht van de heerlijkheid steeds plaats door vererving, waardoor er een doorlopende lijn bestaat van Willem van Horn in 1269 tot Alfred, vorst van Salm-Salm (samen met zijn broers Emil en Felix, prinsen van Salm-Salm) in 1857. De heerlijkheid was al in de Franse Tijd (rond 1800) afgeschaft en omgezet in een burgerlijke gemeente. Vanuit Loon op Zand werden vanaf de late veertiende tot in de zeventiende eeuw belangrijke bestuurlijke functies vervuld in zowel Brabant als Holland. De kerk in Loon op Zand was eeuwen lang de enige kerk in de heerlijkheid. De parochie die deze kerk bediende was groter dan de heerlijkheid en omvatte ook Sprang.

De heerlijkheid Loon op Zand was belangrijk vanwege de strategische ligging aan de grens van Brabant en Holland en op een kruispunt van bovenregionale wegen. De heren van Loon op Zand bekleedden vaak ook belangrijke bestuurlijke en ambtelijke functies buiten de heerlijkheid zoals leden van de familie Verheyen dat later ook deden. Steeds bezaten de heren ook rechten en gronden elders in het huidige Noord-Brabant en België, maar rond 1400 ook in Holland.

De middeleeuwers waren boeren, maar vanaf ongeveer 1400 werd in de heerlijkheid veel geld verdiend met de turfwinning. Als brandstof was turf de olie van de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Halverwege de zeventiende eeuw kwam er een einde aan de grootschalige turfwinning. De Tachtigjarige Oorlog had het platteland in de Meierij geruïneerd en op de schrale zandgrond was het slecht boeren. De grote landbouwcrisis die heel Europa eind negentiende eeuw trof, dreef veel verarmde boeren naar andere bronnen van inkomsten. In Loon op Zand en Kaatsheuvel werd dat het looien, het maken van schoenen en ambachten als het maken van zwavelstokjes (de voorlopers van de lucifers) en manden in combinatie met ambulante handel. Dat leidde tot een grootschalige leder- en schoenennijverheid die bloeide van ongeveer 1900 tot 1965. Nu liggen de accenten op toerisme en recreatie en een veelheid aan overige bedrijvigheid en dienstverlening.

In de Franse Tijd (1795-1813) werd Loon op Zand een gemeente die de bestuurlijke taken kreeg die eerder deels bij de heerlijkheid (de heer) en deels bij het dorpsbestuur lagen. Dat dorpsbestuur bediende steeds de gehele heerlijkheid en er was nog geen sprake van onderscheiden ‘dorpen’ zoals de kernen die wij u kennen. Door de scheiding der machten (trias politica) ontstond ons huidige rechtssysteem met scheiding tussen wetgeving, rechtspraak en uitvoering. De heerlijkheid met zijn ‘heerlijke rechten’ is onder Frans bestuur beëindigd. De heer van Loon op Zand bleef wel nog eigenaar van het Witte Kasteel en andere eigendommen, maar het bestuur van de gemeente kwam in handen van raadsleden, wethouders en een burgemeester. Bijzonder is dat het grondgebied van heerlijkheid en gemeente Loon op Zand gedurende die 750 jaar nagenoeg hetzelfde is gebleven. Pas recent vonden in het zuiden en het oosten enkele kleine grenswijzigingen plaats.

In de afgelopen 750 jaar is door en voor de inwoners van heerlijkheid en gemeente Loon op Zand veel bereikt. Door de eeuwen heen is ook veel samengewerkt, maar ook afgezien en soms met elkaar gestreden. Dat leidde tot een gemeenschap met een eigen cultuur en identiteit. Die identiteit is het waard is om gekend en doorleefd te worden, verder uit te bouwen en te behouden, maar zonder er een kaasstolp overheen te zetten. Fier op onze gemeente, fier op Loon op Zand.